Startpagina > Geschiedenis > Geschiedenis van de auto in Nederland
De geschiedenis van de auto in Nederland
Inhoud
- De geschiedenis van de auto in Nederland gaat terug tot 1600.
- De volgende stap is in 1834.
- De eerste auto met benzinemotor
- Acceptatie
- Na de oorlog
- Het heden en de toekomst
De geschiedenis van de auto in Nederland gaat terug tot 1600.
|
|
Deze "auto" heeft nog enige tijd dienst gedaan maar werd uiteindelijk verkocht aan een visser.
De volgende stap is in 1834.
|
|
Dit was nog niet het einde van Stratingh's experimenten; Vervolgens construeerde Stratingh een voertuig dat werd aangedreven door electromagnetisme, een uitvinding van de werktuigkundige M.H. Jacobi. Christopher Becker (Stratingh's assistent) bouwde het wagentje met de electromotor, waarbij de voortbeweging werd veroorzaakt door de aantrekkende en afstotende kracht van hoefvormige magneten gevoed door een accu. Stratingh heeft zijn proeven met elektromagnetische voertuigen helaas niet voort kunnen zetten, want op 15 februari 1841 stierf hij.
De eerste auto met benzinemotor
Tot voor kort werd aangenomen dat onderstaande verhaal correct was:
De eerste Nederlandse auto met benzineauto zou op 19 mei 1896 rijden. Hoffotograaf Adolphe Zimmerman uit Den Haag is waarschijnlijk de eerste Nederlandse automobilist. Niet lang daarna volgde notaris Backx. Beide hadden een Benz.
Onderzoek van de Conam haalt dit onderuit. 19 december 1895 reed de eerste (kennelijk luidruchtige) auto rond in Nederland en wel de auto van de industrieel Jos Bogaers Swaegemakers. Volgens deze bron was dat ook een Benz. Ook Venlo claimt, volgens deze bron de eerste auto in Nederland te hebben gehad. In 1893 reed daar voor het eerst een auto, maar dit ging waarschijnlijk om een Duitser.
In 1897 begon Eysink met de productie van auto's (aanvankelijk met inbouwmotoren van Benz, maar niet lang daarna met eigen motoren(!): Daarmee is zij de eerste Nederlandse autofabrikant.
|
|
Acceptatie
De auto werd in Nederland maar moeilijk geaccepteerd in haar begindagen. Gemeentes legden allerlei verboden op, tolwegen heften hoge heffingen, de overheid deed moeilijk over vergunningen, verkeersongelukken werden breed uitgemeten en in het algemeen werd de auto gezien als een snelheidsmonster en een speeltje voor de rijken.
Het beeld veranderde pas na een staking in 1903 waarbij de auto de rol van de trein als postbezorger overneemt. Het blijkt dat de auto dit sneller kan doen dan de trein. Het beeld dat de auto een speeltje is van de rijken blijkt moeilijker te slechten, toch zijn er in de begindagen vele Nederlandse bedrijven die hopen een graantje mee te pikken in de autoindustrie. Bedrijven als die van Van Altena, Eysink, Spyker, Van Aerts zetten een productie op. Toch zouden al deze merken nog voor de grote depressie stoppen. In 1906 werd minister Lely nog uitgelachen toen hij zei dat de auto het vervoermiddel van de massa zou worden.
Na de oorlog
Tot de Tweede Wereldoorlog groeit het automobilisme, grote bedrijven als Philips hebben al een vloot van vrachtauto's. Het zijn vooral de Amerikaanse automerken die populair zijn in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog blijkt een groot deel van het wagenpark gestolen, verwoest of te duur in gebruik. Pas langzamerhand groeit het wagenpark, een groei die steeds sneller lijkt te gaan tot aan de jaren '70.
|
|
Premier Den Uyl riep in de jaren '70 nog dat iedere arbeider een auto moest hebben. Toen dit min of meer gebeurde vond de regering dat er te veel auto's waren. De eerste file in 1955 groeide uit tot een echt probleem. De regering moest maatregelen nemen om files te voorkomen. Daarnaast probeerde ze autogebruik te verminderen. Dit lukte maar deels. Lostte men een knelpunt op, bleek dat het volgende knelpunt zich aandiende.
Het heden en de toekomst
Tegenwoordig probeert men in Nederland zogenaamde "mobiliteitsoplossingen" te bedenken. Van Wubbo Ockels zijn "Superbus", tot de Quicc!. Autoproductie op grote schaal lijkt op zijn laatste schoenen te lopen; de NedCar fabriek leek gered te worden door de productie van de Mitsubishi Outlander, Peugeot 4002 en Citroën C-Crosser, maar de markt voor dit soort wagens is vrijwel weggevallen. Men becijferd dat tot 2030 de wegen in Nederland voller en voller zullen raken, waarna dit terug zal lopen tot het weggebruik in de jaren '80. Zal er tegen deze tijd nog olie zijn? En wat zijn alternatieven voor benzine?
Verder lezen:
Het duurde 0,0469 seconden om deze pagina te laden







