Startpagina > Geschiedenis > Geschiedenis van de kentekenplaat

Geschiedenis van de kentekenplaat

Vroeger wist men precies van wie een auto was, omdat er zo weinig auto's bestonden. Auto's konden ook nog niet zo ver rijden. Maar dit veranderde snel, Parijs had de primeur met de kentekenplaat. Nederland was in 1898 niet het eerste land ter wereld dat een nationaal nummerbord introduceerde, zij volgde Frankrijk (1893), Duitsland (1896). Het kenteken nr. 1 werd uitgegeven aan een Nederlandse auto! De in Groningen gemaakte auto werd door de fabrikant (Van Dam) op nummer gezet. Ook de nummer 2 was van de Groninger Motor- rijtuigenfabriek.

De zorg voor de kentekens berustte lange tijd bij de provincies. Pas in 1951 nam de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) deze taak op zich. De RDW was niet toegerust op het verloop in het Nederlandse wagenpark. Eind jaren tachtig stonden liefst 13 miljoen voertuigen geregistreerd. Dat er in werkelijkheid nog slechts zes miljoen rondreden, maakte echter niet zoveel uit. Het register diende alleen om de mensen via kentekens op te sporen. Zolang de auto's die daadwerkelijk op de weg waren maar in het bestand zaten, veroorzaakte de ruis nauwelijks problemen.

Het systeem kende één groot nadeel. Automobilisten konden politie en justitie makkelijk om de tuin leiden. De eigenaar van een auto waarvan het kenteken, beweerde vaak dat hij op het moment van overtreding niet zelf achter het stuur zat. In zulke gevallen gaf de schuldvraag veel problemen. De wet-Mulder van juli 1989 maakte een eind aan het jusitiële geharrewar. De politie bekeurde op kenteken en de houder was voortaan verantwoordelijk. En als de houder van het kenteken zelf niet achter het stuur zat, moets hij maar bewijzen wie wel aansprankelijk was.

Voor de RDW was de wet-Mulder van cruciaal belang. Het betekende de eerste stap van een opsporings- naar een houderschapregister. Het register diende daarvoor wel eerst te worden opgeschoond. Na een grote reorganisatie ging op 1 januari 1995 de nieuwe Wegenverkeerswet in. Door computerbestanden te vergelijken, kon de RDW sindsdien efficiënt allerlei voertuigverplichtingen handhaven. De kentekeneigenaar die bijvoorbeeld niet voorkwam in het verkeersregister kreeg een boete van 600 gulden thuisgestuurd. De RDW stelde het centrale register ook ter beschikking aan politie, financiën, justitie en de sociale dienst. Bijstandstrekkers met een Ferrari hadden een probleem.

Met het nieuwe systeem kon op twee manieren worden gefraudeerd. Kentekenplaten waren zonder restricties te koop. Valse platen op de auto schroeven was daardoor een koud kunstje. De tweede manier om als automobilist buiten het register te blijven, was door een stroman te gebruiken bij de tenaamstelling van een auto. Met de invoering van de Gecontroleerde Afgifte en Inname van Kentekenplaten (GAIK) hoopt de in 1996 verzelfstandigde RDW, die sindsdien Dienst Wegverkeer heet, de mogelijkheden tot bedrog te beperken.

Meer info

Het duurde 0.0781 seconden om deze pagina te laden

Google